Togo
Het is een chaotische drukte bij de grenspost. Maar we worden overal snel en vriendelijk geholpen. We rijden via Togoville naar Lome. Aan de kust zoeken we een camping. De eerste bij wie we stoppen krijgen we alles behalve een warm onthaal. De camping is helemaal leeg en blijkbaar willen ze dat zo houden. Met moeite krijgen we antwoord op onze vragen. We besluiten verder te kijken. Vlak naast de camping staat een duur hotel. We mogen er gratis op de parkeerplaats staan en gebruik maken van wc en douche. Ze vragen ons er dan wel s’avonds een drankje te komen nuttigen. Dat vinden we prima en doen dat dan ook.
De volgende dag horen we tijdens het rijden een raar geluid van onder de motorkap. De motor heeft ook geen vermogen meer. Er blijkt een scheur in de luchtslang van de turbo naar de interkoeler te zitten. We snappen niet hoe dit zo snel kan (een nieuw onderdeel van de nieuwe motor.) Na een snelle bushreparatie (duct-tape what else?) rijden we naar Kpalime om het echt te gaan repareren. In het dorp vinden we een auberge waar we voor 6000CFA in de tuin mogen staan. We mogen ook voor 4.500 1 kamer huren en de auto’s gratis parkeren. Natuurlijk kiezen we voor het laatste en Ian en ik besluiten in de kamer te slapen. De eerste keer dat we niet in de auto slapen. We slapen prima in de auto maar dit is ook wel eens lekker. Na twee nachten en een reparatie aan de auto gaan we richting noorden. Bij het passeren van een dorp worden we gevraagd te stoppen door een man van het rode kruis. Hij vraagt wat we aan het doen zijn en nodigt ons uit een kijkje te nemen in zijn kantoor in Atakpamé. Een inwoner van het dorp die erbij staat te luisteren vraagt of we zijn kweekvijver voor vissen willen zien. Ian en ik gaan samen met Eugene en Andre (van het rode kruis) bij de visvijver kijken. De eigenaar vertelt dat hij het 3 maanden geleden is begonnen. Het is een grote kuil van ongeveer 8 bij 4 meter. Hij gooit wat voedsel voor de vissen in het water maar ze willen niet bijten. Na een tijdje haalt hij wat gemalen mais. Gelukkig vinden ze dit erg lekker en de vissen komen aan de oppervlakte om het mais te eten. De man is erg blij dat de vissen zich laten zien. Hij vertelt dat hij de vissen vangt door er over een maand of 2 al het water eruit te laten lopen. De vissen blijven dan liggen en hij haalt ze er dan uit voor de verkoop. Daarna begint hij weer opnieuw. Wij complimenteren hem met zijn fantastische kweekvijver en hij is zichtbaar (en ook terecht!) erg trots.
Met Ywan en Andrea rijden we verder naar Atakpamé. In de stad ga ik opzoek naar wat te eten. Ik vraag aan een vrouw of zij wat weet. Ze vraagt mij achter haar aan te lopen. Door wat steegjes komen we op een binnenplaatsje. Drie vrouwen liggen op een houten bankje schaars gekleed een siësta te houden en lijken niets te merken. Er staan 3 pannen met eten. De vrouw laat het me zien en het ziet en ruikt voortreffelijk. Ze heeft ook nog wat gebraden kip. Ik zeg haar dat ik mijn vrienden haal en dan terug kom. Ze laat me zien waar we dan kunnen eten. Met ze’n vieren en de hond (die overigens weer veel hilariteit op straat teweeg brengt) gaan we even later aan de aangewezen tafel zitten. Zij zet de pannen uitgestald op een tafel ernaast. Het eten is inderdaad erg lekker en de kip ook goed doorgebakken.
Bij een hotel vinden we op de parkeerplaats een slaapplek. De volgende ochtend besluiten Ian en ik dat we wel een bezoek willen brengen aan het rode kruis. Na heel wat gezellige dagen en nog gezelliger avonden nemen we afscheid van Ywan en Andrea en denken elkaar in Accra (Ghana) weer tegen te komen. Zij gaan daar een tijdje staan om aan de auto werken. Ons plan is ook om daar naar toe te gaan.
We gaan naar het rode kruis gebouw in Atakpamé maar Eugene is niet aanwezig. Denis (een jongen die wel aanwezig is en voor het rode kruis werkt) belt hem op zijn mobiel en Eugene nodigt ons uit om naar Anie (een dorp 30 km verderop) te komen waar hij bezig is met een activiteit. Denis rijdt met ons mee. We gaan een gebouw binnen waar ongeveer 50 man aan het vergaderen zijn. Bij onze binnenkomst wordt de vergadering gestaakt en stoelen aan de tafels van de “ directie” vrij gemaakt. Wij gaan zitten en krijgen van de zaal een welkomst groet die met harde kreten ten gehore wordt gebracht. Hierna zijn wij aan de beurt om ons voor te stellen. Nadat we allebei ons zegje hebben gedaan krijgen we applaus. Eugene verexcuseert zich dat ze weer verder gaan met de vergadering. We vragen de mensen zich niets van ons aan te trekken en gewoon weer de draad op te pakken. Helaas is het wat moeilijk te verstaan maar in grote lijnen begrijpen we het. Alle activiteiten die het rode kruis gedaan heeft het afgelopen jaar wordt opgenoemd. Hierna is de man van de financiën aan de beurt. Hij noemt alle bedragen die zijn binnengekomen en die zijn uitgegeven. Het gaat meestal om bedragen die niet meer dan boven de 5 á 7 euro uitkomen. De eindconclusie is dat ze 413 euro hebben uitgegeven en 450 binnen hebben gehad. Een winst dus van 37 euro. Er klinkt een applaus en men is blij met de winst. Er komen vanuit de zaal nog een aantal vragen en als alles duidelijk blijkt te zijn is er een pauze. Wij worden met het comité meegevraagd om onder een afdak te gaan zitten. Er worden zoutjes op tafel gezet en de bierflesjes worden tevoorschijn gehaald. Het is pas 11 uur ‘s ochtends en wij houden het nog even bij wat fris.
Eugene moet weg naar Eyou-Apegame een ander dorp waar ze de internationale vrouwendag vieren en vraagt ons mee. Het is er enorm druk. Het dorp heeft zich bij elkaar verzamelt en voor ons is er een gestoffeerde bank vooraan leeg gehouden. De vrouwengroep brengt een schitterend welkomstlied ten gehore. Eugene neemt de microfoon en houdt een speech. Wanneer hij klaar is nodigt hij ons uit om ons weer voor te stellen. Ook hier krijgen we weer een applaus. We snappen er zelf niets van maar laten het allemaal maar gebeuren.
Een man neemt de microfoon over en houdt ook een speech. Eugene zegt mij dat hij vertelt over de positie van de vrouw in het huis. Dat het goed is dat de man meehelpt in het huishouden. Dat meisjes naar school zouden moeten zodat ze later werk kunnen krijgen. Een werkende vrouw krijgt meer respect en heeft zo minder kans dat ze geslagen wordt! Er volgt een denderend applaus aangevuld met een aantal schitterende optredens van de vrouwengroep. Wij worden uitgenodigd om plaats te nemen aan tafel en krijgen een heerlijke kost voorgeschoteld met als toetje een zelfgemaakte palmwijn, die verrassend lekker smaakt.
Er worden nog wat groep foto’s gemaakt. We houden ons wat op de achtergrond maar nee hoor we moeten erop. Dus alsof we al jaren actief zijn bij het rode kruis en ons steentje hebben bijgedragen worden we met de rest van de aanwezigen vereeuwigd.
Snel gaan we weer terug naar de vergadering van vanochtend die nog steeds bezig is. Het nieuwe comité is inmiddels gekozen en iedereen wordt welkom geheten. Ook hier wordt een groepsfoto gemaakt en wederom mogen ook wij niet ontbreken. Voor het gebouw is er een volleybalveld. We vragen of er veel gebruik van wordt gemaakt. Eugene roept de spelleider van het rode kruis. Hij vertelt ons dat ze sport en spel gebruiken om voorlichting te geven over HIV en Aids. Het sport en spel gebeuren is een goede uitlaatklep en verbreekt de spanning die vaak aanwezig is. Wij vragen of hij blij is met een volleybal en dat is hij zeker. Van Tiny en Antoon hebben we de bal meegekregen om aan een goed doel te geven en dit lijkt ons een geschikt moment. Ian pompt de bal op en er wordt onder luid gejuich en wederom geklap gelijk even een potje gevolleybald.
We rijden achter Eugene en Andre terug naar Atakpamé naar zijn kantoor. Hij legt ons het een en ander uit over wat ze doen. Eugene is behalve regionale coördinator van het rode kruis ook president en oprichter van Festhes, FEStival du THEatre pour Santé. (Theaterfestival voor de gezondheid) Er wordt jaarlijks een festival georganiseerd waar d.m.v. theater en dans voorlichting wordt geven over HIV en Aids maar ook malaria en hygiëne komen aanbod.
We geven Eugene ons visitekaartje met onze website.
Een website van Festhes en van het Rode Kruis Togo bestaat nog niet. Hij is ermee bezig maar het wil allemaal niet zo lukken. Dat zegt hij precies tegen de goede persoon en Ian stelt voor hem te helpen. Hij is hier erg blij mee en we spreken de volgende dag al om 7 uur af.
S’avonds gaan we met Denis en Pauline (zij werkt ook bij het rode kruis) naar een feestavond van de plaatselijke high school. Buiten is het erg druk en er staat een rij mensen te wachten om naar binnen te gaan. Wij ontmoeten het hoofd van de school, wat leraren en mogen gelijk naar binnen. Het is een grote betonnen hal met een podium. Er staan twee rijen stoelen. De voorste is voor de leraren en wij mogen plaats nemen op de 2e rij. De rest van de menigte staat achter en naast ons. Ook hier voelen we ons wat opgelaten en weten niet zo goed wat we met de situatie aan moeten. We accepteren het maar gewoon en genieten van allerlei kleine leuke optredens. Leerlingen laten hun eigen lied horen of ze playbacken. Veel hilariteit ontstaat er als er een groepje leerlingen enkele leraren na doen.
Op het moment dat ik er zit is er van mijn eigen school (PJS in Dordrecht) van vroeger een reünie aan de gang. Ik vind het erg jammer dat ik er niet bij kan zijn maar dit maakt een hoop goed!
In een gebouw van het rode kruis krijgen we een kamer aangeboden. Met airco, twee bedden met hele goede matrassen en geïmpregneerde muskietennetten, badkamer en een mooi weids uitzicht.
De volgende ochtend gaan we naar het kantoor. We hebben besloten om via dezelfde provider als wij hebben voor Festes en het Rode Kruis er één aan te vragen. We beloven het te financieren.
In de middag worden we verwacht bij het damesvoetbal in Demandeli. Ze spelen tegen het damesvoetbalteam uit Hiheatro. Vrouwendag wordt nog steeds gevierd. Op de 8e (de officiële datum) hebben ze er niets aangedaan. Ze bewaren het voor het weekend.
Het is een gezellige drukte, het damesteam uit Hiheatro heeft autopech en het dorp vermaakt zich met muziek, zang en dans. Wanneer de pick-up volgepropt met het damesvoetbalteam aan komt ontstaat er een gejuich en geschreeuw. Het team komt al swingend en zingend uit de pick-up en het smelt samen tot één groot festijn.
Er volgen nog wat officiële toespraken. Waarin wij door Eugene worden voorgesteld. Iedereen moet gaan staan en het volkslied van Togo wordt ingezet. Daarna begeeft iedereen zich naar het voetbalveld. Onder trommelgeroffel en luid gejuich van het publiek komen de twee teams naast elkaar op een rij het veld oplopen. De dames gaan in een lange rij naast elkaar staan. Wat mensen van de leiding, Eugene en wij ook worden geacht de vrouwen allemaal succes te wensen
Het voetbal kan eindelijk beginnen. Bij een spannend moment gaat het publiek, wat in grote getale aanwezig is, totaal uit zijn dak. Tijdens de wedstrijd moeten we in één keer weer weg. In Atakpamé zijn er ook twee teams aan het voetballen en Eugene wordt daar ook verwacht. Ook hier is er veel lol. Het blijft nul nul en wanneer het eindsignaal klinkt komen de dames al dansend en zingend het veld af. Wij gaan weer terug naar de vorige wedstrijd. Het team wat thuis speelde heeft met 2-0 gewonnen. Ian en ik worden door de mensen een paar keer welgemeend bedankt voor onze aanwezigheid. Wij bedanken hen weer welgemeend terug dat we te gast mochten zijn. Bij Eugene thuis krijgen we een lekkere maaltijd voorgeschoteld.
De volgende ochtend spreken we weer af op kantoor zodat Ian aan de website verder kan werken.
Ik voel me die dag niet zo lekker en hoe langer de dag duurt hoe beroerder ik me voel. (ik zal alle onsmakelijke details achterwege laten) Eugene gaat de dag erop voor een paar dagen weg en Ian vraagt nog even snel of hij een goede dokter weet zodat we daar de volgende dag als het nodig is naar toe kunnen. Zodra hij hoort dat ik me niet zo lekker voel stuurt hij Andre om me naar de kliniek te brengen. Ian zegt nog dat het nu niet hoeft maar hij staat erop. Dus even later zit ik in de wachtkamer van een kliniek. Voordat ik bij de dokter moet komen wordt er door een assistent in de wachtkamer alvast bloeddruk gemeten en de temperatuur. Als ik hoor dat mijn temp. 39.5 is ben ik opgelucht dat Andre me niet voor niets heeft opgehaald. Na een wat moeizaam gesprek met de dokter waarbij Andre gelukkig als tolk dienst doet krijg ik allerlei medicijnen mee. Er wordt voor de zekerheid ook een malariatest gedaan. De volgende ochtend blijkt de test negatief. Wat het wel is weten we niet. Zomaar alle pillen slikken lijkt me ook niet zo’n goed idee. In overleg met mijn persoonlijke medicijnman (Dr. Ian) besluiten we om in ieder geval de antibiotica kuur te nemen. De volgende dag voel ik me al een stukje beter en na een drie dagen ben ik er weer helemaal bovenop.
Tot Eugene weer terug is kunnen we weinig doen en nemen het er maar even van en genieten van de kamer met airco. Het is net alsof we op vakantie zijn. We lezen een boek, houden siësta en kijken een meegebrachte dvd op de laptop als de stroom niet uitvalt. De stroom valt regelmatig uit. De ene keer duurt het een uur maar kan ook 8 uur en zelfs 24 uur duren. Togo krijgt de stroom van een groot stuwmeer uit Ghana. Als Ghana vindt dat Togo te veel stroom gebruikt en ze daardoor zelf tekort komen wordt alles in Togo even stil gezet. Ze zijn er hier aangewend en iedereen gaat rustig verder met zijn / haar ding. Wanneer het voetbalteam van Togo een belangrijke wedstrijd moet spelen en de elektrische tijd gaat er dan net af. Tja dan is het wel even balen.
Het weer is nog steeds warm en we merken al het begin van het regenseizoen. Soms wordt het in 1x donker en begint stevig te waaien. De regen laat niet lang op zich wachten en voor een paar uur lang vallen de bakken water uit de hemel. Wanneer het weer voorbij is is het nog net zo warm en broeierig als daarvoor.
In het weekend hebben we de waterval bij Akloa bezocht. Het was een flinke wandeling door de echte jungle maar allemaal de moeite waard. Zo groen en nat hadden we het in Afrika nog niet gezien. We lopen door rijstvelden, langs cacao, avocado, papaya, mango bomen, koffie, banaan en ananas planten. Er groeit echt van alles. Behalve heel veel planten krioelt het ook van de kleine beestjes. Maar het mooiste was toch wel de waterval zelf. Een idyllisch plekje, zeer geschikt voor een doucheschuim reclame.
Op zondag is Eugene weer terug en we gaan met hem naar de kerk. (Ook Ian wil zo’n Afrikaanse dienst wel eens meemaken) Het is het cliché plaatje van een Afrikaanse kerk. Een klein gebouw waarvan het dak er nog niet opzit. Binnenin staan er eenvoudige houten bankjes. En alsof we als enigste blanken nog niet genoeg opvallen moeten we opstaan omdat we voor de 1e keer aanwezig zijn. Eugene stelt ons voor. Gelukkig mogen we snel weer zitten. De dominee praat speciaal voor ons af en toe in het Engels waarna alle gezichten lachend onze kant opkijken. Er wordt heel wat gezongen en getrommeld. De collecte wordt niet opgehaald. Mensen die wat willen geven gaan op een sein van hun geboortedag om de beurt naar voren waar er een schaaltje staat om je donatie in te doen. Te beginnen bij maandag. Bij elke dag hoort een ander ritme en zo gaan wij ook (onder begeleiding van mensen die op de djembe spelen) al swingend met de rest van de mensen die ook op dezelfde dag geboren zijn naar de collectebus. Wanneer alle dagen geweest zijn wordt de verliezer genoemd… maandag heeft het minst opgebracht. Maar er wordt toch lachend voor geapplaudisseerd. Zondag bracht het meest op. De inzameling wordt opgespaard om er meer bankjes bij te kopen. Het dak moet nog even op zich laten wachten.
Na het weekend kan Ian doorwerken aan de websites. Achille, een medewerker van het rode kruis, wordt aangewezen om de website bij te houden. Ian is een paar dagdelen bezig met instructie geven.
Elke keer als ik vraag of ik iemand kan helpen wordt er gelachen. Nee dat kan natuurlijk niet. .
Gelukkig mag ik mij van Ian met de website bemoeien en kan er zo ook nog een beetje invloed uitoefenen op de lay out.
We worden prima verzorgd, elke dag worden we meegenomen naar Eugene zijn huis waar Jany, de dochter van Pauline, voor ons een heerlijke maaltijd heeft bereid. Als we in de buurt van zijn woonhuis aankomen worden we elke keer begroet door een aantal hele enthousiaste kinderen. Die komen aanrennen en jovo jovo bonsoir roepen wat ‘hallo blanken’ betekent. De ouders zwaaien lachend op de achtergrond.
Omdat we toch ook maar weer eens verder moeten (al was het alleen voor het visum wat binnenkort afloopt) besluiten we dinsdagochtend weg te gaan. Op zaterdag maak ik voor iedereen een maaltijd klaar. Er ontstaat spontaan een feestje. Behalve dat er veel gegeten en gedronken wordt, wordt er ook erg veel gepraat, gelachen en gezongen. Nederlandse gewoontes zijn hier al helemaal overgenomen. Iedereen aan tafel zwaait met zijn/haar hand langs hun wang en zegt mmmmmmmm lekker!!
Afscheid nemen is niet leuk en ook deze keer gaat het ons niet in de koude kleren zitten maar ja het hoort erbij. Via Sokode rijden we naar Bassar waar we een laatste keer in Togo overnachten voor we de grens over gaan. Op een heuvel staat er een hotel waar we op de parkeerplaats mogen slapen. Kinderen uit het dorp komen mango’s van de bomen plukken en wij vermaken ons door ze te helpen om bij de hoge te komen.
Togo heeft ons aangenaam verrast. Een mooi land met een prettig aangename sfeer en aardige mensen. We hebben er 3 fantastische weken doorgebracht en we vinden het ergens jammer het land te verlaten. Maar we moeten verder en, ‘Ghana. Here we come’.
We verheugen ons, na 5 maanden krakkemikkig Frans te hebben gesproken, op het feit dat ze in Ghana Engels spreken.
De website’s die Ian heeft gemaakt:
Rode Kruis Togo. www.crt-plateaux.org
Festhes www.festhes.org