Nigeria
Via Togo en Benin rijden we naar Nigeria. Bij de grens van Benin – Nigeria zoeken we een slaapplek. Een politieagent in een dorpje vlak voor de grens zegt dat we bij de grens kunnen gaan staan. De dienstdoende ambtenaar vind het ook geen probleem en wijst ons een plek veilig achter muren. Voordat we er met onze auto’s naar toe rijden vraagt hij ons nog even te wachten en op een bankje plaats te nemen. Wij zitten daar dus met ons vieren (Simon en Marjon ook) en weten totaal niet waarom. Hij zit daar niets te doen en wij ook. Tegen een jongen die er ook zit zegt hij dat hij dit eigenlijk helemaal niet leuk vindt en de sfeer wordt duidelijk minder. Na een tijdje komt hij ons formulieren brengen, wij vullen ze braaf in en geven deze terug. Hij vraagt om onze paspoorten. Bij navraag krijgen we deze pas de volgende ochtend terug. Dit willen wij niet en we vragen hem waarom we niet gewoon morgenochtend de paspoorten kunnen geven. Hij wordt duidelijk geïrriteerd en wij besluiten niet langer te blijven en terug te rijden naar het dorpje. De agent die ons had beloofd dat het geen probleem zou zijn komt gelijk op ons af. We leggen hem uit dat we de paspoorten moeten afgeven, pas de volgende dag weer terug krijgen en we dat niet zien zitten. Hij zegt dat dat niet nodig is en we gerust terug kunnen gaan. We willen geen gedoe aan de grens en rijden naar een plek waarvan we denken er makkelijk in het “wild” te kunnen kamperen. Na een kwartier komt de agent op een brommertje aan en zegt ons dat dit veel te gevaarlijk is. We moeten naar de grens en hij gaat ons vooruit. We komen daar voor de tweede keer aan rijden. Hij is in een nogal luide discussie met de dienstdoende ambtenaar die ons de paspoorten wilde voor de nacht. Hij leidt ons uiteindelijk naar een goede plek. We krijgen zelfs sleutels om van de wc’s en douches gebruik te kunnen maken. Natuurlijk hebben we hem een fooi gegeven voor al zijn hulp. Bij het verlaten van Benin staat hij enthousiast te zwaaien terwijl de andere grenspolitie chagrijnig ons aan het negeren is.
De grensovergang naar Nigeria is erg leuk. Het kost alleen wat tijd. De 1e agent die ons een stempel in het paspoort geeft had heel wat tijd nodig om onze paspoorten te bestuderen. Hierna kwamen we bij State Security waar iemand is die onze auto controleert. Ik open de deur en hij vraagt of we fruit en groente bij ons hebben. Ja, mango’s, uien, tomaten etc. “Is het vers?” “Ja” “Is de koelkast schoon?” “Ja” “Zijn de kastjes schoon” “Ja” “Wat is dit?” En voor ik antwoord kan geven tilt hij het deksel van de wc omhoog… zei “aha… ok …. Go!! Hierna nog even de carnet de passage afhandelen. Er zit een vrouw achter het bureau en waarneer het duidelijk is wat we komen doen zoekt ze tussen de papieren. Ze haalt het ingevulde formuliertje van Tom en Laura (2 Ned. Overlanders die een week voor ons de grens zijn gepasseerd) zo kan ze het mooi overschrijven. Ze vraagt ons hoe wat en waarom we op reis zijn en alles schrijft ze op eerst voor Simon en Marjon en daarna voor ons. Ruim een uur later is ze klaar. Ze wil onze auto’s nog even van binnen bekijken, dit uit pure nieuwsgierigheid. We laten het haar zien en ze zegt dat ze onze vriend is.
Nu zijn we echt in Nigeria. Een land waarvan we dachten dat het misschien wel eens gevaarlijk kon zijn. Er zo snel mogelijk doorheen dan hebben we dat gehad. Maar wat valt dat mee! De eerste woorden na de grens overgang die ik hoor zijn: you’re welcome! En zo voelt het ook! We rijden met de auto door de dorpjes, overal wordt er enthousiast gezwaaid en geroepen. Als je al niet vrolijk bent dan wordt je het vanzelf. Het constant terugzwaaien laat ons wel een beetje Alex en Maxima voelen. De glimlach op mijn mond lijkt aan het eind van de dag wel vast te zitten. De mensen zijn erg aardig en tot nu toe mogen we met onze auto’s gratis bij hotels gaan staan en van alle faciliteiten gebruik maken. In Abuja proberen we onze visum voor Angola te halen. Helaas is het antwoord hierop:’Nee”. Sinds een week of twee zijn ze er hiermee gestopt, zegt een bijzonder aardige vrouw (NOT) achter de balie. Met Simon en Marjon proberen we het door middel van praten nog voor elkaar te krijgen maar de vrouw achter de balie is onverbiddelijk en het blijft nee. De volgende dag vertellen Simon en Marjon ons dat ze na lang wikken en wegen (waar wij getuigen van zijn geweest) niet meer verder willen. Ze gaan terug naar Ghana om daar de auto naar Nederland terug te laten verschepen. Dit om allerlei redenen die er op deze site niet toe doen. We vinden het alle vier erg jammer maar ook zeker begrijpelijk.
Een dag later komen Cambell, Linnea, Keith en Jools aan.
We besluiten samen met hun nog eens een visum voor Angola te gaan proberen. Keith trekt zijn mooiste pak aan en gaat met al onze paspoorten samen met Jools naar binnen. Jools is al ruim 5 maanden zwanger en dit gooien ze in de strijd omdat ze graag in Zuid Afrika wil bevallen. Na ruim een uur komen ze terug. Het is hun, na veel moeite, gelukt door te dringen naar de ambassade vrouw en niet alleen de vrouw achter de balie te spreken. De vrouw op “kantoor” die wij nooit gezien hebben blijkt heel aardig. Het blijkt dat de man die normaal de visums regelt op vakantie is en niemand weet verder hoe het moet. Ze heeft Keith en Jools beloofd dat we allemaal op de ambassade in Gabon binnen 1 dag ons visum voor Angola zullen krijgen. Ze heeft telefonisch contact gehad met ze en ze verwachten Keith en Jools met 4 andere mensen. Dat betekent wel dat we alle zes tegelijkertijd moeten aankomen. Of het allemaal ook echt gaat lukken zien we dus pas weer in Gabon.
De volgende dag nemen we afscheid van Simon en Marjon die via Benin en Togo naar Ghana zullen terugreizen.
In Abuja worden we aangehouden door twee agenten die ons vertellen dat we een “criminal offence“ (strafbaar feit) hebben gepleegd door ergens een u-turn te maken waar het niet mocht. Eigenlijk hadden ze gelijk maar Ian blijft volhouden dat hij die u-turn verderop gemaakt had waar het wel mocht. Ze willen dat we meegaan naar hun bureau maar daar hebben we geen zin in. Ian blijft koppig volhouden dat hij niet fout was en uiteindelijk vragen ze om een cadeautje. We geven ze ons visitekaartje en allebei een oude pen. Hier zijn ze erg tevreden mee en bedanken ons vriendelijk. Bij het wegrijden wordt er nog enthousiast gezwaaid.
We halen in Abuja ons visum nog voor Gabon en Congo. We proberen bij de ambassade van DRC (Dem. Rep. Congo ) ons visum voor daar te halen. Dit lukt niet en proberen we nu maar in Yaounde (Kameroen).
Voor dat we vertrekken is de groep weer groter geworden. Een stel uit Schotland (Karina en Mark) en Jennifer en James uit Zuid Afrika die we in Atar, Mauritanie hebben ontmoet zijn gearriveerd. Met een konvooi van 5 auto’s rijden we naar Calabar. De rit is een groot verschil met het 1e gedeelte van Nigeria. Er zijn veel meer controle punten maar deze vallen erg mee. De controleurs willen meestal alleen maar een praatje maken. Sommige vragen om een cadeautje maar nemen met: “sorry hebben we niet”, ook genoegen. We vragen aan een controleur waarvan we het uniform nog niet gezien hebben wat zijn functie precies is. Hij vertelt ons dat ze voor de veiligheid auto’s controleren. Zo moeten we ons brandblusser laten zien, gevaren driehoek en hij controleert de lichten. Het rare is dat de lokale inwoners zo voorbij rijden en niet worden aangehouden. Terwijl hij ons net uitlegt dat veiligheid erg belangrijk is crosst er een auto voorbij waarvan maar 1 licht brandt. Ik wijs hem erop en hij zegt ja dat doen ze hier meestal. Ze scheuren ons voorbij want ze weten dat wij niet op ze kunnen schieten.
Terwijl we een dorpje passeren staan er wat jongelui en komen op onze auto afrennen. Ze blokkeren de weg voor onze auto en we moeten wel stoppen (of ze aanrijden). Wij rijden op dat moment voorop in het konvooi. Ze zeggen dat we verkeerd de rotonde zijn voorbij gereden en willen daarom geld. Ian vraagt of hij zijn auto verderop mag neerzetten. Ze gaan opzij en Ian geeft gas. Hij knippert met zijn lichten en voor de auto’s achter ons is het duidelijk dat ze ook door moeten rijden. Twee jongens komen ons op een motor achterna. Ze halen alle auto’s in en rijden nu vlak achter ons. Ze zwaaien met een lege bier fles. Ian stuurt de auto steeds zo dat ze geen kans krijgen er langs te gaan. Hard kunnen we niet want de weg is onverhard. Na een tijdje geven ze op. Ze dreigen nog met de fles naar de andere auto’s te gooien maar doen dit toch maar niet. Iedereen is op dat moment blij dat we in konvooi rijden.
Na twee dagen komen we aan in Calabar. We halen ons visum voor Kameroen dat binnen een paar uur klaar is. De volgende dag rijden we met Karina, Mark, Genevieve en James naar de grens. De andere bezoeken in Nigeria nog een natuurpark. De laatste kilometers naar de grens is de weg aardig modderig maar we komen er zonder kleerscheuren doorheen. De eerste 80 kilometer na de grens schijnen nog veel erger te zijn dus dat belooft wat.
Gelukkig zijn we nog steeds met meerdere auto’s dat we elkaar als nodig is los kunnen trekken. Eerst mogen we de auto’s bij de grens parkeren en er de nacht door brengen.
We verlaten een heel ander Nigeria dan we van te voren verwacht hadden. Het is ons alles meegevallen.