Gabon
S’ochtends vroeg vertrekken we vanuit Kameroen om op tijd in Ndjole aan te komen. Dit loopt iets anders dan verwacht. Eerst moet er nog wat aan de auto gesleuteld worden. Ian die net de koppeling gereviseerd heeft moet nog wat bijstellen. We rijden over een prima asfalt weg wat zo te zien niet ouder dan twee jaar kan zijn. De grensovergang gaat wat traag. Eerst komen we bij de politie voor ons paspoort. Wanneer we denken dat hij alles gedaan heeft zegt hij dat we pas in Bitam 40 km verder op een stempel krijgen. Hij geeft ons een brief mee. We passeren de douane voor de carnet de passage. De beambte heeft net zijn lunch aan de overkant en gebaard ons bij zijn kantoor te wachten. Wij wachten geduldig en vertellen elkaar dat we echt wel begrijpen dat de man met zo’n drukke baan (waarschijnlijk waren wij de eerste en laatste die dag) een goede lange lunch periode nodig heeft. Wanneer hij uiteindelijk zijn ronde buik nog ronder heeft gegeten komt hij naar ons toe. De carnet doet hij erg rap. Zonder ons aan te kijken is hij binnen twee minuten klaar. Op naar Bitam voor het stempel. Wanneer we het bureau eindelijk gevonden hebben krijgen we te horen dat we een kopie van ons paspoort en visa moeten inleveren . Dus eerst een kopie gaan maken. Wanneer we terug komen is meneer niet tevreden want de visa’s kopies staan op 1 A4 en hij wil die van ons apart. Ian wil de papieren al door het midden scheuren maar dat mag ook niet! Tjonge als heel Gabon zo moeilijk doet! Afijn we krijgen toch ons stempel en uiteindelijk rijden we dus echt in Gabon. We passeren aardig wat politieposten maar meestal mogen we gewoon doorrijden. Soms worden we aangehouden voor alleen een praatje. We zien weinig “wild”. Het enige wat we aan “wild” zien hangt dood aan een touwtje te bungelen aan de kant van de weg. Te koop voor de liefhebber. Zo zien we bijv. slangen, een schildpad, gazelle, hele grote vogels, apen en zelfs een dode varaan. Van de varaan wil ik nog een foto maken maar dit mag niet.
We passeren veel grote vrachtwagens met hele grote boomstammen. We zien niet waar ze de bomen kappen maar het zijn er veel. Er moeten heel wat grote gaten zitten in de prachtige regenwouden van Gabon. De asfaltweg is nog steeds buitengewoon goed en we schieten aardig op. Totdat in 1x de weg verandert in een kapot gereden weg met diepe gaten en kuilen vol met modder. Van gemiddeld 80 km per uur rijden we in 1x 15 km per uur. We dachten met gemak Ndjole te halen maar het wordt al snel donker en in het donker rijden we dus verder over die moeilijke weg en ook nog eens echt midden in de jungle. Er staat een auto met pech en vier mannen ernaast. Ze gebaren ons te stoppen. In de 1e instantie willen we stoppen. Dan beginnen we te twijfelen. Het is pikkedonker…. heel stil op de weg….. wij zijn blank en hebben dus geld. We vinden het eng en rijden door. Het geeft een raar dubbel gevoel maar op dat moment lijkt ons dit het beste. Na 3 uur rijden komen we bij een politiepost en vragen of we daar mogen slapen. Gelukkig mag dat. Ze wijzen ons een plek aan bij een gebouw van de gendarmerie iets verder op. Een prima plek en heel rustig. De volgende dag blijkt dat we net aan het eind waren van de slechte weg en binnen 3 uur zijn we in Libreville.
We gaan eerst naar de Angolese ambassade.
De jongen bij de receptie geeft ons een formulier mee om in te vullen en zegt waar we allemaal kopies van moeten hebben. Hij vraagt ons op dinsdag (5 dagen later i.v.m. feestdagen) terug te komen. Het lukt haast niemand om hier het visum te krijgen maar we proberen het toch. Paul en Alan (die we al eerder in Spanje ontmoet hebben) hebben voor ons een goed woordje hebben gedaan bij de Nederlandse consul in Gabon. Ze hebben hem in Libreville ontmoet en zijn er bevriend mee geraakt. Zij mailen ons dat hij ons kan helpen omdat hij bevriend is met de Ambassadeur van Angola. Na 5 dagen komen we bij dezelfde jongen terug. We hebben de ingevulde papieren meegenomen en overal netjes een kopie van gemaakt. Nu vertelt hij ons gelijk dat we daar nooit een visum zullen krijgen. Waarom hij dat 5 dagen geleden niet kon vertellen kan hij ons geen antwoord op geven. We vragen of we een gesprek mogen met de ambassadeur maar dat mag niet. We besluiten weg te gaan en de Nederlandse consul op te bellen. De man zegt ons gelijk te kunnen helpen en vraagt ons om naar hem toe te komen. We worden heel vriendelijk ontvangen en hebben een leuk gesprek met deze hele aardige man. Hij belt met de Angolese ambassadeur. Hierna vertelt hij ons dat hij een brief voor ons zal schrijven en dat we daarmee naar de ambassade moeten. Hij regelt voor ons ook een gesprek met de ambassadeur. Tijdens het wachten op de brief krijgen we koffie. Aan de muur hangen posters van Nederland en ook een foto van de consul terwijl hij Beatrix de hand schudt.
De volgende dag gaan we dus met brief op gesprek bij de ambassadeur. De jongen bij de receptie is duidelijk verbaasd als hij na een telefoontje ons naar de ambassadeur moet brengen. De man is heel vriendelijk maar we krijgen te horen dat hij ons geen visum kan geven. Het is een heel verhaal maar we krijgen hem niet. Hij gaat voor ons een brief schrijven en faxen naar de ambassade in Point Noire (Congo) en hij garandeert ons dat we hem daar wel krijgen. Hier zijn we ook blij mee. Dat scheelt ons wel 1200 km omrijden. Zo hoeven we niet naar Brazaville en Kinshasa (DRC) en kunnen we in een rechte lijn langs de kust naar beneden rijden.
In de tussentijd hebben we ons in Libreville en omgeving moeten vermaken. Wat aardig gelukt is.
We weten dat er twee katholieke missies zijn waar je kan slapen. Bij de eerste krijgen we te horen dat ze door verbouwing even geen logees nemen. Bij de tweede moeten we een tijdje wachten. De nonnen sturen een jochie op ons af die het moet afhandelen. Ja, we mogen er met de auto kamperen alleen de prijs is belachelijk hoog. We proberen er nog wat af te krijgen maar dat lukt niet. We besluiten verder te kijken. Al snel vinden we een kleine hotel. De mensen moeten lachen als we vragen of we in de auto mogen slapen bij hen op het bewaakte parkeer terrein. Het mag en we mogen er gratis staan. We krijgen een eigen badkamer aangewezen. Later zien we dat het hotel ook gelijk een soort van nachtclub annex bordeel is. Voor ons is het een prima plek en de mensen zijn een stuk aardiger dan bij de katholieke missie.
De volgende dag rijden we naar hotel Maree in Cap Esterias . Het wordt gerund door Francoise en Jules. Ook hier mogen we weer gratis staan. Ze vinden het gewoon heel leuk wat we doen en hun wens is om ook op een dag alles achter zich te laten en te gaan reizen. We kunnen er lekker wandelen, zwemmen en uitwaaien.
Op weg naar de grens van Congo passeren we de evenaar en rijden nu dus echt in het zuiden! Bij een auberge genaamd L’Equateur brengen we de nacht door. En weer mogen we er gratis staan met gebruik van alle voorzieningen. We nemen er een maaltijd en bestellen hert en wild zwijn met friet en sperziebonen. Wanneer ze hoort dat we sperziebonen willen begint ze te lachen. “Nee, dat kan niet sperziebonen kan je alleen maar bij vis bestellen”. Dus nemen we maar friet met rijst. Ook wij eten onze buiken nog ronder dan ze al zijn. Na het eten raken we in gesprek met een Gabonnees die in Libreville woont. Het is een leuk gesprek en hij nodigt ons uit bij hem thuis in Libreville. Helaas komen we er net vandaan. Jammer dat we hem niet eerder ontmoet hebben. Volgende dag rijden we (nog steeds door de jungle) verder en komen s’middags aan in Mouila. Bij een Katholieke kerk vragen we of we daar mogen overnachten. Dit is totaal geen probleem en wederom gratis. De pastoor vertelt ons dat ze allemaal erg druk zijn want over 2 dagen wordt de nieuwe Kathedraal geopend. De president (Bongo) komt en allerlei ministers ook uit de buurlanden. Ook komt er een kardinaal uit Rome. Hij is er erg trots op dat dit allemaal onder zijn leiding plaats gaat vinden. Hij nodigt ons uit om wat langer te blijven om het ook mee te maken. We twijfelen even maar besluiten toch de volgende dag de grens over te gaan. Bij het uit laten stempelen van Gabon probeert de dronken douanier nog onze pen in zijn borstzak te steken maar dit laten we niet toe. Over de hobbelige zandweg rijden we verder naar Congo.